Week van de opvoeding

Enthousiast kwispelend komt Quito, de hond die deel uitmaakt van het rijke gezinsleven van dit pleeggezin, me gedag zeggen wanneer ik het huis van Veerle en Peter binnenkom.  Een korte begroeting en een koekje moeten haar duidelijk maken dat nu van haar verwacht wordt dat zij rustig op haar mat gaat liggen tijdens mijn aanwezigheid. Heldere afspraken zijn duidelijk iets wat niet alleen in de opvoeding van kinderen, maar ook bij honden werkt, in dit huis. Na wat gesnuffel keurt Quito mijn aanwezigheid goed en laat ze mij een fijn gesprek met Veerle voeren. 

Er vallen mij meteen heel wat verschillende gezichten op, als ik de familiefoto’s op de kast zie staan: “Als je voor pleegzorg kiest, krijg je niet alleen een pleegkind, maar meteen een heel gezin erbij,” vertelt Veerle, “want als je goed wil doen voor een kind, moet je zijn ouders,  broers of zussen mee in het verhaal betrekken.  Eén van onze pleegkinderen wou voor haar communie niks liever dan een feest met al haar broers en zussen. We hebben dat ondanks al het geregel van toestemmingen, het rondrijden en ophalen van kinderen bij voorzieningen, geregeld. Zij had de dag van haar leven.” Veerle wijst naar een foto met een volle feesttafel met pleegdochters met vrienden en vriendinnen, hun stiefpapa, haar eigen kinderen en manlief. “Iedereen komt hier geregeld langs. Dat was het laatste “pre-coronaweekend” vorig jaar.”

Het is onmiddellijk duidelijk dat het klassieke pleegzorgbeeld van een gezin met eigen kinderen, een vrije kamer en wat liefde op overschot voor ééntje extra, hier een heel ander tijdschema heeft gevolgd. Veerle was 27 en haar man Peter 31 jaar toen ze overtuigd waren dat ze in hun leven kinderen wilden helpen die in een moeilijke situatie verkeerden.  Beiden werkten ze als penitentiair bewakingsassistent in het gevangeniswezen en die omgeving maakte hun overtuiging glashelder: via pleegzorg kinderen van hier die geboren zijn in een minder kansrijke omgeving, liefst van zo jong mogelijk helpen, heeft volgens Peter en Veerle de meeste slaagkans.

Nog voor ze aan eigen kinderen begonnen, kwam er dus een eerste pleegdochtertje in hun leven en niet lang daarna volgde ook het biologische zusje van dat eerste meisje.  Veerle en Peter kozen weldoordacht, misschien zonder echt te kunnen inschatten, maar niet naïef voor pleegzorg.  De selectieprocedure, zette hen met beide voeten goed op de grond. Ze verwachtten zich niet aan een verhaal van rozengeur en maneschijn. Toch verliep hun pleegzorgparcours ingewikkelder dan gepland.

Uiteindelijk kregen ze zelf een eigen dochter en twee tweelingzoontjes. Daarnaast verbleven hier  vier pleegdochters, de jongste woont er nog steeds. De oudste drie zijn het huis uit, maar allemaal blijven ze contact houden en zelfs enkele half- en stiefbroers en -zussen die nooit in het gezin woonden komen hier regelmatig. De ene zus komt autorijles volgen bij Peter, de andere neemt de jongere kinderen van het gezin mee op uitstap naar het pretpark, soms gaan ze samen winkelen en binnenkort wordt de eerste baby van één van de oudste pleegdochters geboren. Veerle wordt meter, maar Iedereen leeft er mee naartoe.  De jongens, intussen al twaalfjarigen, hun bijna zestienjarige pleegdochter en eigen dochter hopen nu al dat ze zullen mogen babysitten voor het kindje en er werd gezamenlijk naar het geslacht geraden. 

Veerle vindt één van de mooiste verrijkingen van pleegzorg dat niet alleen de pleegkinderen mee deel uitmaken van haar gezin, maar dat haar eigen kinderen net zo goed deel uitmaken van de familie van de pleegkinderen. Veerles eigen dochter en zonen staan op de kalenders die in hun keuken uithangt en zij knutselen net zo goed mee tijdens het bezoekje van de mama van hun pleegzus. Bovendien leerden ze de afgelopen negentien jaar heel wat mensen in de kring van pleegzorg kennen, die ze anders niet hadden gekend. “Een koppel zeventigers met bakken pleegzorgervaring zijn van onze beste vrienden geworden.  Zij namen ons mee op sleeptouw, ondanks het leeftijdsverschil.  Zonder pleegzorg waren we nooit met hen bevriend geworden. We hebben zoveel mensen leren kennen die anders nooit in ons vizier waren gekomen.  Ook op dat gebied heeft pleegzorg ons gezin ontzettend rijk gemaakt, in relaties en vriendschappen.

Elk pleegzorgverhaal is uniek maar het gezin van Veerle en Peter is toch heel erg bijzonder. Broers, zussen en pleegzussen, kinderen en pleegkinderen hangen aan elkaar ondanks de leeftijdsverschillen en zonder dat de bloedband er een rol in speelt. “Onze kinderen vormen regelmatig een front tegen ons in het voor hun pleegzus opnemen,” lacht Veerle. “Jullie begrijpen dat niet, mama, zeggen ze dan.” Het is mooi om te zien dat ze zo aan elkaar gehecht zijn geraakt.

Veerle heeft maar één raad voor toekomstige pleegouders: “Durf je hart te volgen. Er bestaat veel theorie over pleegzorg, maar vaak voel je zelf best intuïtief aan wat goed is. Durf ook je grenzen aan te geven.  Vaak gingen we daar in het verleden overheen als gezin, omdat we een pleegkind niet tekort wilden doen. Ze ergens naartoe brengen, ergens aanwezig zijn, ze ergens ophalen, … Nu zeggen we al eens “Neen, dat doen we niet”, of we zetten onze vakantieplannen niet meer aan de kant voor bepaalde zaken.” Het is ook een goede zaak dat we beroep kunnen doen op onze begeleidster.  Een goede pleegzorgbegeleider is voor ons de schakel tussen ons gezin en de ouders van het pleegkind. Zo kunnen bepaalde beslissingen uit de sfeer van discussie worden gehouden en is iedereen zeker dat het belang, de gezondheid en de goede ontwikkeling van het pleegkind ten allen tijde voorop staat. Daarnaast doet een begeleider ook heel wat praktische opvolging, maar dit vinden wij toch de centrale taak van een begeleider.

De balans van een druk maar rijk gezinsleven die Veerle opmaakt is duidelijk positief. “We zijn erg trots dat we de vier meisjes een warme thuis hebben gegeven en dat ze allemaal blijven komen. We hopen dat we steeds een deel van hun volwassen leven mogen blijven uitmaken en dat ze zelf in staat zullen zijn een  gelukkig en stabiel leven uit te bouwen.  Ook wanneer pleegzorg stopt, blijven we aan de zijlijn staan. We blijven hun studies opvolgen, supporteren bij hobby’s, helpen bij het uitzoeken van een baby-uitzet, we blijven ondersteunen in de kleine dingen. Het is dat wat ons tot een grote, hechte familie maakt.