"Toen mijn moeder overleed, woonde ik nog samen met mijn vader. Toen vader ziek werd, moest hij naar het rusthuis. Alleen wonen was veel te ingewikkeld voor mij en daarom mocht ik bij mijn zus gaan wonen. Ze had een kamer voor mij gereed gemaakt. Dat vond ik heel goed maar opnieuw samenwonen was niet altijd makkelijk. In het ziekenfonds kreeg mijn zus een papiertje met een adres op. Toen hebben wij met mensen gesproken van een dienst voor pleegzorg. Er is daarna veel veranderd. We hebben afspraken gemaakt en mijn kamer werd heringericht met een zetelhoek en TV. Een lavabo werd geïnstalleerd. In het weekend zijn wij naar Bokrijk geweest. Ik vind het geweldig dat ik bij mijn zus mag blijven wonen." (Victor, 29, matig mentale handicap)