Pleegzorg kan zeer veel verschillende vormen aannemen.
Pleegzorg kan variëren in duur: crisisopvang voor enkele dagen, kortdurende pleegzorg al dan niet onderbroken voor enkele weken of maanden, pleegzorg voor enkele jaren (perspectiefzoekende pleegzorg) of voor langere tijd (perspectiefbiedende pleegzorg).
Pleegzorg kan vrijwillig zijn of opgelegd worden. Bij gezinsondersteunende pleegzorg stappen ouders of één ouder zelf of met de hulp van anderen naar een dienst voor pleegzorg die daarvoor erkend is. Er is geen toestemming of tussenkomst van een administratie of een overheid nodig. Ook de plaatsingen via een Comité voor Bijzondere Jeugdzorg zijn in principe vrijwillig. Pleegzorg kan ook opgelegd worden: dat kan alleen door een jeugdrechter.
Pleegzorg kan ook verschillen naar de band die pleegouders hebben met hun pleegkind of pleeggast. Pleegzorg waarbij de pleegouders zorgen voor een familielid (een kleinkind, een broer of zus, neef of nicht) noemen we familiale netwerkpleegzorg. Pleegzorg waarbij pleegouders zorgen voor iemand uit hun omgeving (een buurkind, een leerling op school, ...) noemen we sociale netwerkpleegzorg. Als de pleegouders op voorhand hun pleegkind of pleeggast niet kenden spreken we van bestandspleegzorg. Diensten voor pleegzorg zoeken een pleeggezin uit hun ‘bestand'. Vandaar de naam.
En pleegzorg kan ook verschillen naargelang de overheid die subsidieert. In pleegzorg kennen we verschillende pleegzorgsectoren: het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, de Bijzondere Jeugdzorg, Kind en Gezin.
Pleegzorg kan ook voor mensen met een psychische stoornis. Dit wordt geregeld via de geestelijke geozndheidszorg met als sector het RIZIV.