Een goed statuut van pleegouders komt pleegzorg in het algemeen ten goede. Een goed statuut van pleegouders brengt immers duidelijkheid in de relatie tussen ouders en pleegouders en het is een teken van waardering voor hun inzet.
Pleegzorg Vlaanderen waardeert dan ook de inspanningen die geleverd worden om te komen tot een dergelijk statuut. Toch houdt Pleegzorg Vlaanderen eraan om kanttekeningen te maken bij de voorliggende nota.
1. Niet alle pleegouders horen thuis onder een statuut van pleegouders
a. De pleegouders van verlengd minderjarig verklaard volwassenen (de zgn. gastgezinnen) hebben een andere rol dan de pleegouders van minderjarige pleegkinderen.
De tekst beperkt zich tot de situatie van -18-jarigen die bij pleegouders verblijven. Nochtans kunnen ook pleegouders van volwassenen die verlengd minderjarig verklaard zijn onder het statuut vallen. Heden ten dage worden deze pleeggasten ook effectief als volwassen mensen beschouwd en behandeld. De aanpak van de hulpverlening die zij krijgen is van een andere aard dan die voor -18-jarigen. De rol van de gastgezinnen is dan ook anders.
Allicht zou het beter zijn deze groep buiten het toepassingsgebied van de wet te houden.
b. Ook de gezinsondersteunende pleegzorg (GOP) gefinancierd via Kind en Gezin heeft niet veel boodschap aan een statuut. Contactrecht, hoorrecht, etc. kan immers tav. de ouders van de kinderen die voor korte tijd en op initiatief van de ouders zelf bij hen verblijven, zeer drempelverhogend werken.
Ook voor deze groep pleegouders is het dan ook beter hen buiten het toepassingsgebied van de wet te houden.
2. Het belang van het kind die door het statuut gevat worden, moet centraal blijven staan.
Dit punt is prioritair. Hoe ook de relatie tussen de volwassenen betrokken bij de opvoeding van pleegkinderen ook is, het blijft van essentieel belang dat zij hun eigen belang, pijn of verdriet kunnen overstijgen ten voordele van het belang van hun pleegkind.
3. Ouders van -18-jarige pleegkinderen moeten in beeld blijven
Pleegzorg ervaart het iedere dag opnieuw: wat ook de reden is waarom kinderen in een pleeggezin wonen, hoe ook de relatie evolueert tussen ouders en hun kind dat in een pleeggezin woont, toch blijft de band van een pleegkind met zijn ouders sterk. Sterker nog: de pleegzorgsituatie heeft een veel hogere kans op slagen als ouders hun kind ‘toestemming' geven om in een pleeggezin te wonen.
Daarom moeten ouders in beeld blijven. Een goed statuut van pleegouders moet hiermee rekening houden.
4. Geen absoluut recht op informatie
Goed pleegouderschap kan niet zonder open en eerlijke communicatie. Pleegouders hebben inderdaad recht op informatie over hun pleegkind of pleeggast en zijn of haar achtergrond.
Dit recht is echter niet absoluut. Er is bvb. het medisch geheim. Het is de vraag of de pleegzorgsituatie altijd gebaat is met ‘alle' informatie over de achtergrond van het pleegkind. Het is beter te spreken over ‘informatie noodzakelijk voor de opvoeding van het pleegkind'.
5. Liever geen voortdurende tussenkomsten door de jeugdrechter
De voorliggende teksten pleiten voortdurend voor tussenkomsten door de jeugdrechter. Pleegzorg Vlaanderen beseft dat er soms beslissingen moeten kunnen genomen worden met een afdwingbaar karakter. Zij pleit echter in eerste instantie voor het gebruik maken van bestaande kanalen, zoals de Bemiddelingscommissie in de Vlaamse Gemeenschap. De onderhandelde oplossing zorgt dikwijls voor een betere relatie tussen de ouders en de pleegouders. De jeugdrechter zou dan alleen moeten tussenkomen als het niet anders kan.
Tot slot.
Pleegzorg Vlaanderen kan de vraag naar een statuut van pleegouders ondersteunen. Toch hoopt Pleegzorg Vlaanderen dat een juridisch statuut van pleegouders niet zal leiden tot een ‘juridicisering' van de relatie tussen ouders en pleegouders. Pleegzorg Vlaanderen pleit in eerste instantie voor overleg en bemiddeling als er onenigheid ontstaat tussen hen beiden. Pleegzorg Vlaanderen hoopt dan ook haar standpunt te kunnen verduidelijken in het kader van het op te richten Pleegzorgpunt.