Wat kan wel en wat kan niet?
1. Uitgangspunten
Pleegzorg is per definitie omgaan met mensen uit andere culturen omdat de ‘cultuur' van de opgevangen persoon dikwijls in belangrijke mate afwijkt van de cultuur van de pleegouders.
Pleegzorg is opvang van minderjarigen en/of personen met een handicap door vrijwillige medewerkers die begeleid worden door een dienst voor pleegzorg. Deze dienst werft pleegouders, biedt hen selectie en vorming aan, doet de matching en begeleidt de pleegzorgsituaties.
Niet-begeleide buitenlandse minderjarigen hebben op basis van het Verdrag van de Rechten van het Kind, recht op verzorging, opvoeding en toezicht. Pleegzorg kan hiervoor onder bepaalde voorwaarden een goed kader vormen. Uit cijfergegevens van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat het totale aantal geregistreerde NBBM in 2000 1962 bedroeg, in 2001 waren dat er1317. Ongeveer één derde van hen is jonger dan 15 jaar. Deze cijfers zijn voorzichtig te hanteren omdat vele niet legaal verblijvende minderjarigen nooit geregistreerd worden.
Deze nota schetst de positiebepaling van de voorzieningen voor pleegzorg in de opvang van NBBM. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de zgn. ‘eerste opvang' en de ‘opvang in de tweede fase' of de ‘vervolgopvang'..
2. Pleegzorg als eerste opvang
- Eerste opvang betekent het voorzien in de primaire behoeften (‘bed, bad, brood') en samen met de minderjarige zijn of haar situatie ordenen, met het oog op een duidelijk toekomstperspectief.
- Pleegzorg voor NBBM als eerste opvang komt spontaan voor. Soms komen NBBM per toeval in een gezin terecht, soms nemen vrijwilligers bij een asielcentrum zonder begeleiding van een dienst voor pleegzorg de taak van pleegouder op.
- Pleegzorg Vlaanderen pleit niet voor het systematisch inschakelen van pleegzorg in deze fase van de opvang. Pleegzorg Vlaanderen vindt immers dat de eerste opvang het best gebeurt in een opvang- of een asielcentrum. Pleegzorg Vlaanderen stelt wel voor om die situaties als begeleidingsopdrachten te screenen, eventueel te (her)oriënteren of te begeleiden.
- Dit betekent concreet:
- het screenen en erkennen van het opvanggezin;
- het starten van dossiervorming met betrekking tot afkomst, verworven capaciteiten, belangrijke personen in de (oorspronkelijke en huidige) contexten van een kind of de jongere;
- het zoeken, in samenwerking met derden, naar een eerste juridische begeleiding met betrekking tot het verblijfsstatuut ism. hiervoor gespecialiseerde diensten;
- observatie met betrekking tot de noden en de perspectieven en oriëntatie naar een geschikte hulpverleningsvorm;
- een eventuele doorverwijzing.
3. Pleegzorg als tweede opvang of vervolgopvang
- Tweede opvang gaat ervan uit dat de NBBM eerst in een opvang- of asielcentrum verbleven heeft. De begeleiding van de NBBM is gericht op een zo sterk mogelijke participatie van de minderjarige aan het maatschappelijke gebeuren. Toch hoeft dit niet te betekenen dat de NBBM op het moment van de tweede opvang reeds verblijfszekerheid zou hebben.
- Pleegzorg als tweede opvang veronderstelt doorverwijzing van de NBBM door:
- het Comité Bijzondere Jeugdzorg op basis van een problematische opvoedingssituatie;
- de Jeugdrechtbank op basis van een als misdrijf omschreven feit;
- het OCMW voor wat betreft de hen door de Federale overheid toegewezen minderjarigen;
- asielcentra
- De diensten voor pleegzorg willen:
- de vervolgopvang of tweede opvang van NBBM organiseren. Tweede opvang in pleegzorg is slechts te verantwoorden mits er in een eerste opvang werk gemaakt is van dossiervorming, eerste juridische begeleiding, observatie en oriëntatie. Daarom willen de diensten voor pleegzorg met de asielcentra en eventuele andere betrokkenen bij de eerste opvang tot afspraken komen over die voorwaarden. Zij willen in ieder geval de psychosociale begeleiding van de NBBM prioritair stellen. Daarom moeten zij kunnen rekenen op externe ondersteuning van de minderjarige op het juridische vlak;
- een breed gedifferentieerde waaier aanbieden als opvangmogelijkheden voor NBBM. Hierbij wordt gedacht aan opvangformules waarbij de NBBM volledig aan het gezinsleven deelneemt, zowel als aan formules waarbij de NBBM op een andere plaats verblijft dan het gezin dat hem of haar begeleidt.
4. Vorming in pleegzorg met NBBM
- Goed voorbereide begeleiders en pleegouders zijn een voorwaarde om de opvang van NBBM in gezinnen te kunnen organiseren:
- zij hebben kennis van de complexiteit van hulpverlening aan mensen met een andere culturele achtergrond.
- zij kennen de juridische positie en noden van mensen die nieuw in dit land zijn. zij kennen de specifieke noden van mensen (kinderen) die gevlucht zijn en zij zijn bekwaam om samen met die mensen een antwoord te zoeken op die noden en de hulpverlening in die richting te organiseren.
Pleegzorg Vlaanderen kan en wil die noodzakelijke vorming organiseren voor de medewerkers van diensten voor pleegzorg.
5. Onderhandelen met Fedasil
Pleegzorg Vlaanderen zal bij het Federaal Agentschap voor de opvang van asielzoekers (Fedasil) onderhandelen over de erkenning en de voorwaarden van een opvangcapaciteit in pleegzorg van NBBM. De werkingsvoorwaarden die nu gelden bij de diensten voor pleegzorg zullen hierbij inspiratie bieden.