Getuigenissen

Het is niet altijd gemakkelijk om in te schatten wat het betekent om vluchtelingen op te vangen in je gezin. Ervaren pleegouders of vluchtelingen die zelf hun weg hebben moeten vinden in België, kunnen een realistisch beeld geven van hoe het in zijn werk kan gaan. 

 

Nesrine

 

Ann & Joannes

 

 

Pleegzus Emilia, 17 jaar

Ik was 17 toen Dilan, een 17-jarige Koerdische jongen uit Noord-Irak, bij ons kwam wonen en had ernaar uit gekeken hem te leren kennen. Ik wou graag zijn verhaal horen en hem België laten zien vanuit mijn perspectief. Hij was hier al twee jaar, maar wonen bij Belgen is natuurlijk iets anders dan een huis delen met verschillende andere minderjarige vluchtelingen. Helaas bleken mijn goede bedoelingen niet heel realistisch. Het was een stille jongen en hij zocht niet echt een band met ons. Nochtans was hij heel vriendelijk en beleefd. Hij vertelde één keer kort zijn verhaal en als we iets vroegen over zijn jeugd, gaf hij meestal maar een half of geen antwoord. Hij werd heel somber door zo’n vragen, dus heb ik er niet te veel meer gesteld. Hij zat duidelijk met veel problemen in zijn hoofd, maar wou die liever niet delen. Ik had hem nochtans graag een luisterend oor geboden.

Zijn Nederlands was niet zo goed toen hij bij ons kwam, maar dat is enorm verbeterd in de tijd dat hij hier woonde. Het viel mij op dat ik beter dan mijn ouders kon inschatten welke woorden hij wel zou verstaan en welke niet, dus ik had wel het gevoel dat ik hem daarbij hielp. Om hem de kans te geven zich beter te integreren, vroeg ik hem enkele keren mee om iets met vrienden te doen. Het hielp niet veel, want hij probeerde daarbij niet echt om iemand te leren kennen.

Na een hele tijd vertelde Dilan ineens dat hij had gelogen over zijn verleden en vertelde plots een heel ander verhaal dan in het begin. Ik vond het jammer dat hij gelogen had, maar blij dat hij ons dan toch in vertrouwen nam met de echte versie. Ik was dan ook heel erg teleurgesteld toen hij een week later met nog een ander verhaal kwam en dat daarna enkele keren opnieuw veranderde. Het voelde daardoor alsof hij ons niet vertrouwde en het was zeker niet fijn dat hij zo makkelijk loog tegen ons. Wat de echte reden is waardoor hij naar België kwam, weet ik nog altijd niet.

Hij verwachtte dat wij of andere begeleiders zijn hele procedure en zijn inburgering in België konden regelen en dat leidde tot zeer veel spanning in huis. Hij bood mij zelfs geld aan zodat ik hem zou helpen met asiel te krijgen en ik heb hem moeten uitleggen dat ik niets voor hem kon doen. We voelden ons allemaal nogal machteloos, vooral toen zijn asiel werd geweigerd. Hij heeft zelfs nog even snel gevraagd of ik toevallig niet met hem wou trouwen. Dat heb ik pas veel later verteld aan mijn ouders, omdat ze misschien boos zouden worden op hem.

Een tijd nadat zijn aanvraag was geweigerd, vertok hij heel plots bij ons. Hij heeft nooit afscheid genomen van mij, want ik was niet thuis op het moment dat hij weg ging. Thuis werd het weer rustig, maar af en toe denken we er eens aan hoe jammer het is dat hij nog steeds rond doolt in Europa en nergens mag blijven of werken. Gelukkig weet hij zich wel te redden en kan hij vaak bij vrienden blijven slapen.

Pleegmama Els, 47 jaar

In november 2011 hoorden we dat er een pleeggezin gezocht werd voor een 17-jarige jongen die afkomstig was uit Noord-Irak. Hij verbleef op dat moment al meer dan een jaar in een Lokaal Opvang Initiatief (LOI). Als enige Koerdische jongen tussen voornamelijk Afghanen vond hij er zijn draai niet. Zijn begeleidster vermoedde dat een pleeggezin voor hem een oplossing zou kunnen zijn, want Dilan was er nog niet klaar voor om zelfstandig te gaan wonen.

We hadden al heel wat ervaring met pleegzorg, ook voor tieners. Op dat moment hadden we echter geen pleegkinderen die in ons gezin verbleven. Onze dochter Emilia (17 jaar) zou de zomer nadien voor een uitwisselingsjaar naar Ecuador vertrekken. We hadden al het idee om zelf gastgezin te zijn voor een uitwisselingsstudent. Onze zoon Nathan (15 jaar) zag zo’n tijdelijke broer wel zitten. Deze jongen had echter veel meer nood aan een gezin, redeneerden we. En zo kwamen we in contact met Dilan.

De eerste maal dat hij op bezoek kwam, was hij heel erg verlegen, hij durfde ons zelfs niet aankijken. Hoewel hij volgens zijn begeleidster al goed Nederlands kon, sprak hij erg weinig. Wat ons opviel was dat hij ontzettend beleefd en behulpzaam was. Hij deed duidelijk zijn best om er bij te horen. We hebben de tijd genomen om aan elkaar te wennen. Na enkele proefcontacten die goed verlopen waren, zagen zowel Dilan als wij het zitten. Begin 2012 kwam hij bij ons wonen. Het werd het begin van een bijzonder boeiende maar emotionele pleegzorgervaring. 

Hoewel we benieuwd waren naar wat Dilan in zijn leven had meegemaakt, probeerden we daar niet te veel naar te vragen. Als het onderwerp familie of geboorteland te spraken kwamen , voelden we bijna letterlijk zijn onbehagen. Zo hebben we ook nooit geweten of hij moslim of Christen is. ‘Ik ben niet meer van Irak, ik ben nu van België’ was een antwoord dat we vaak kregen. Hij leek ons erg eenzaam: hij wilde niet aansluiten bij de Chiro, scouts of een sportvereniging, zocht geen contact met klasgenoten en bracht geen vrienden mee naar huis. Door onze vroegere ervaringen met tieners in pleegzorg, dachten we dat het vertrouwen wel zou groeien en dat Dilan na verloop van tijd wel ‘los’ zou komen. Maar dat gebeurde niet…. Dilan was vriendelijk en behulpzaam, maar hield emotioneel afstand van iedereen in zijn omgeving.

In maart 2012 werd Dilan 18 jaar. Het werd geen blij feest, want 3 dagen na zijn 18de verjaardag kreeg hij een uitwijzingsbevel. We hadden de bui al zien hangen, we wisten dat Dilan slechts een verblijfsvergunning tot zijn 18de verjaardag had. Een uitwijzingsbevel betekent echter niet dat je wordt opgepakt en teruggestuurd naar je land van herkomst. Dilan kon nog bij ons blijven, maar kreeg het emotioneel erg moeilijk. Zijn hele toekomst was immers een groot vraagteken. Hij kon zijn schooljaar nog afmaken (hij studeerde voor kapper en deed stage in een rusthuis), maar wat daarna? Zijn gemoedsgesteldheid varieerde voortdurend van kwaad naar opstandig en dan weer verdrietig. Emotioneel nam hij nog meer afstand van ons gezin dan voordien. We hebben alles geprobeerd om er voor te zorgen dat Dilan toch op een legale manier in België zou kunnen blijven: we gingen samen met hem naar de Iraakse ambassade, we brachten hem in contact met hulpverleners die zijn taal spraken, we gingen met hem naar 3 advocaten… Dilan kon niet begrijpen dat het zo moeilijk was om in België te blijven en verklaarde alle advocaten onbekwaam. Op een bepaald moment bood hij ons zelfs geld aan om zijn papieren in orde te krijgen. Het kostte ons veel moeite om duidelijk te maken dat het bekomen van verblijfspapieren geen kwestie van geld was.

Dit is geen verhaal met een happy end; eind juli 2012 besloot Dilan bij ons te vertrekken. Dat gebeurde nadat (goedbedoelende) hulpverleners hem hadden proberen te overtuigen om te kiezen voor vrijwillige terugkeer naar Irak. Toen was er nog geen sprake van oorlog en was Noord-Irak een relatief veilig gebied. Als hij voor vrijwillige terugkeer koos, zou hij er enkele maanden terecht kunnen in een opvangprogramma voor jongeren. Hij ging echter nog liever dood dan terug te keren, zei hij. Omdat hij ons niet langer tot last wou zijn, besloot hij te vertrekken. We drukten hem op het hart dat een nieuwe asielaanvraag in een ander Europees land geen kans maakte, maar het mocht niet baten. Het duurde maanden voor we iets van Dilan hoorden. We vreesden al dat hem iets overkomen was, toen we via Facebook vernamen dat hij in Zweden was en daar ook probeerde asiel te krijgen. Het was het begin van een jarenlange zwerftocht door Europa, waarbij hij zowat om het half jaar teruggestuurd werd naar België, omdat hij in ons land zijn eerste asielaanvraag indiende.
We hebben nog steeds contact met Dilan, onlangs was hij nog op bezoek. Momenteel loopt zijn zoveelste asielaanvraag. Terug naar Irak kan hij niet, in het gebied waar hij vandaan komt is er nu oorlog. Asiel krijgen is zijn enige toekomstperspectief….

Als mensen me vragen of ik het opnieuw zou doen, aarzel ik. We hebben de impact van dit pleegzorgavontuur op ons gezin erg onderschat. Hoe een pleegzorgverhaal zal uitdraaien, weet je echter nooit op voorhand. Toch blijf ik er van overtuigd dat elk kind de kans moet krijgen om in een gezin op te groeien, ongeacht waar het vandaan komt.